Procesreglement RSJ

De rechtspraakkamer van de RSJ heeft een procesreglement vastgesteld, dat van toepassing is op beroepen en schorsingen die worden ingediend bij de raad. Dit procesreglement is vastgesteld in 2018.

Beroepen zonder gronden

  1. Beroepschriften zonder gronden van raadslieden en directeuren van inrichtingen worden in beginsel niet-ontvankelijk verklaard.
  2. Na ontvangst van een beroep van een advocaat of directeur zonder gronden wordt een termijn van tien dagen gegeven om alsnog gronden in te dienen. Worden geen gronden verstrekt, dan volgt niet-ontvankelijkheid.

Verzoeken om aanhouding behandeling ter zitting

a. In het geval klager niet wordt bijgestaan door een gemachtigde:

  1. Het uitgangspunt ten aanzien van ingediende verzoeken om aanhouding is “neen, tenzij”.
  2. Zolang klager niet wegens ziekte of een andere zitting is verhinderd naar een zitting van de beroepscommissie te komen, wordt op verzoeken om aanhouding in beginsel ter zitting beslist. Als klager niet naar de zitting komt, wordt klager verzocht vóór de zitting een schriftelijke toelichting op het beroep toe te sturen. Hetzelfde geldt voor de wederpartij van klager.
  3. De beroepscommissie houdt beroepen waar mogelijk niet aan. Als de beroepscommissie daartoe aanleiding ziet, wordt een verslag van horen van de wel verschenen partij opgemaakt en verzonden naar de niet verschenen partij , waarbij laatstgenoemde in de gelegenheid wordt gesteld daarop binnen 14 dagen schriftelijk te reageren. Diens reactie wordt ter kennisneming aan de wel verschenen partij gezonden.

b. In het geval klager wordt bijgestaan door een gemachtigde:

  1. Vanuit het secretariaat van de RSJ wordt contact opgenomen met de gemachtigde. Aan de  gemachtigde worden twee data voorgelegd, waaruit gekozen moet worden. Indien de gemachtigde op de voorgestelde data niet kan en geen vervanger heeft, stelt de zittingsplanner een datum vast met de mededeling dat de beroepscommissie kanbeslissen dat van het behandelde ter zitting verslag van horen zal worden opgemaakt en dat de gemachtigde alsdan in de gelegenheid zal worden gesteld daarop schriftelijk te reageren.
  2. De uitkomst van het contact onder  b1. wordt per e-mail aan de gemachtigde bevestigd.
  3. Een nadien ingediend verzoek tot aanhouding wordt niet gehonoreerd, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van de beroepscommissie.

Openbare behandeling / verlenen bijzondere toegang

Uitgangspunt: een RSJ-zitting heeft een gesloten karakter
In de beginselenwetten (Pbw, Bvt en Bjj) is bepaald dat de behandeling van een beroepschrift niet in het openbaar plaatsvindt, behoudens ingeval de beroepscommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag.

Zowel nationale als internationale regelgeving (evenals jurisprudentie van het EHRM) gaat in beginsel uit van geslotenheid van de beroepszitting. Onder omstandigheden kan artikel 6 EVRM -en dan met name onder de noemer van de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen -er echter toe leiden dat dient te worden overgegaan tot een openbare behandeling van de zaak. Ook een vermeende schending van andere rechten van het EVRM kan ertoe leiden dat openbare behandeling in de rede ligt. Minder verstrekkend dan het toestaan van een openbare behandeling is het verlenen van bijzondere toegang tot de zittting van één of meerdere personen.

Tegen de achtergrond hanteert de RSJ als uitgangspunt dat een RSJ-zitting een gesloten karakter heeft. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk. De eerste uitzondering ziet op het verlenen van bijzondere toegang en detweede op het toestaan van een openbare behandeling.

Openbare behandeling
Partijen kunnen vragen om een openbare behandeling. Wanneer een verzoek niet is onderbouwd, ligt afwijzing in de rede. Hierin staat de eigen verantwoordelijkheid van de verzoeker voorop. In beginsel zal verzoeker dan ook niet om een nadere onderbouwing worden verzocht, al is dit in voorkomende gevallen niet uit te sluiten.

Een afwijzende/toewijzende beslissing dient vooraf aan de indiener (en de andere partij) kenbaar te worden gemaakt.

De overwegingen die tot de afwijzing/toewijzing van het verzoek hebben geleid, dienen in de uiteindelijke uitspraak te worden opgenomen.

Verlening van bijzondere toegang
Het verlenen van bijzondere toegang tot een zitting van de beroepscommissie is minder verstrekkend dan een openbare behandeling van een beroep. Partijen kunnen hierom vragen, maar de beroepscommissie kan dit ook ambtshalve toestaan, bijvoorbeeld wanneer een verzoek om een openbare behandeling niet wordt gehonoreerd, maar zij bepaalde personen toch tot de zitting wil toelaten.

Meer algemeen geldt ook hier: wanneer een verzoek tot verlening van bijzondere toegang wordt gedaan, dient het verzoek te zijn onderbouwd. Wanneer een verzoek niet is onderbouwd, ligt afwijzing in de rede.Een afwijzende/toewijzende beslissing dient vooraf aan de indiener (en de andere partij/de partijen) kenbaar te worden gemaakt.

De overwegingen die tot de afwijzing/toewijzing van het verzoek hebben geleid, dienen in de uiteindelijke uitspraak te worden opgenomen.