RSJ-advies Voorontwerp Wet Deelgezag

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) ontraadt de Minister voor Rechtsbescherming het Voorontwerp van de Wet Deelgezag in deze vorm in te dienen. Het wetsontwerp dient de belangen van het kind te weinig.

Dat staat in het RSJ advies Voorontwerp Wet Deelgezag. De RSJ vraagt zich af of de Wet deelgezag de gewenste uitwerking in de praktijk zal hebben, en of het daarmee een zinvolle wijziging van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betreft.

Bescherming relatie tussen (mede)opvoeder en kind

Het wetsontwerp beoogt bescherming te bieden ten aanzien van de relatie tussen het kind en een derde (en vierde) volwassene die betrokken is bij de opvoeding en verzorging van het kind. Het wettelijk beschermen van deze relatie kan volgens de RSJ inderdaad in het belang van het kind zijn.

De RSJ waardeert dat de continuïteit in de opvoedingsrelatie in dit wetsontwerp het uitgangspunt vormt. Daarnaast staat de RSJ achter het uitgangspunt dat een wijziging in het gezagsrecht zo min mogelijk moet leiden tot een toename van het aantal conflicten rond het kind.

Knelpunten

Tegelijkertijd constateert de RSJ, ten aanzien van vijf onderwerpen, een groot aantal knelpunten bij dit wetsontwerp.

Zo acht de RSJ onder meer de vestiging van (met name) procedurele rechten voor de derde (en vierde) opvoeder, in plaats van het geven van een inhoudelijke betekenis aan de relatie tussen deze opvoeder en het kind, niet in het belang van het kind. Het kind kan daardoor bij onnodige formele conflicten betrokken raken.

Naar oordeel van de RSJ wordt het kind bovendien onvoldoende betrokken bij het vestigen en eindigen van de wettelijke positie van deze opvoeder.

Aanbevelingen

In geval het wetsontwerp toch in deze vorm wordt ingediend, doet de RSJ enkele aanbevelingen ter verbetering. Zie voor deze aanbevelingen het advies.