RSJ-advies Conceptwetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming

De RSJ acht een wettelijke regeling voor draagmoederschap in het belang van alle betrokkenen zeer wenselijk. Het voorliggende conceptwetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming biedt hiervoor een mooie basis. De RSJ vraagt aandacht voor een aantal belangrijke verbeterpunten.

Op 24 april is de RSJ gevraagd advies uit te brengen over het conceptwetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming. Het doel van het wetsvoorstel is om de positie van betrokkenen beter te beschermen.

Meer duidelijkheid en rechtszekerheid

Een wettelijke regeling voor draagmoederschap geeft alle betrokkenen meer rechtszekerheid en rechtsbescherming dan tot nu toe het geval is. Met een regeling wordt voor het kind direct vanaf de geboorte duidelijk wie de juridische ouders zijn en wie de verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding op de lange termijn.

Deze duidelijkheid en zekerheid is in het belang van het kind. Bovendien waarborgt een wettelijke regeling essentiële rechten van het kind die bij draagmoederschap op het spel staan. Het ligt op de weg van de overheid om die rechten van het (toekomstige) kind te waarborgen en met een wettelijke regeling als deze geeft de overheid invulling aan haar verantwoordelijkheid.

Voor de wensouders en de draagmoeder geeft een wettelijke regeling met name meer zekerheid over hun positie en verantwoordelijkheid ten opzichte van het kind en elkaar. De RSJ acht het dan ook - voor alle direct betrokkenen - zeer wenselijk dat een wettelijke regeling voor draagmoederschap wordt ingevoerd.

Verbeterpunten wetsvoorstel

In het advies doet de RSJ een aantal aanbevelingen om het wetsvoorstel en de memorie van toelichting te verbeteren. De RSJ vraagt met name een toelichting waarom gekozen is voor bepaalde verplichtingen of uitgangspunten. Het advies betekent voor het kind dat:

  • de informatie over de draagmoeder op de geboorteakte privé dient te blijven;
  • duidelijk wordt onder welke omstandigheden en vanaf welk moment het kind de geboorteakte, met gegevens over de draagmoeder, in kan zien en hoe hierbij rekening wordt gehouden met zijn of haar groeiende autonomie;
  • onnodige drempels om te kiezen voor de draagmoederschapsregeling zoveel mogelijk voorkomen worden;
  • duidelijk wordt waarom een rechterlijke toetsing noodzakelijk is en waarom een verplichte vermelding van eventuele contra-indicaties (in het verslag aan de rechter) naar aanleiding van de verplichte voorlichting en counseling gerechtvaardigd is;
  • begrepen wordt waarom gekozen is voor het uitgangspunt dat tenminste één van de wensouders genetisch verwant is aan het kind; waarom daar van afgeweken kan worden, in welke gevallen, en onder welke randvoorwaarden;
  • de rechtspositie van het kind bij de regeling ‘gerechtelijke erkenning ouderschap na draagmoederschap’ wordt doordacht en de regeling op dit punt wordt heroverwogen;
  • passende maatregelen worden getroffen om commercieel draagmoederschap of kinderkoop tegen te gaan en deze maatregelen tezamen met het onderhavige wetsvoorstel voor een integrale beoordeling aan de Tweede Kamer worden voorgelegd;
  • dat de positie van minderjarige ouders aandacht krijgt in een apart wetsvoorstel.