De Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de RSJ) heeft een advies uitgebracht over de vraag of er voldoende aandacht is voor de veiligheid van kinderen in complexe (ex-)partnerrelaties bij gezag- en omgangszaken. In de praktijk blijkt dat aan de ene kant gesteld wordt dat er onvoldoende aandacht is voor onveiligheid in de context van complexe (ex-) partnerrelaties, terwijl aan de andere kant veel aandacht is voor eventuele schade bij kinderen als er geen contact is tussen het kind en een van de ouders.
Download: Advies Kind-onveiligheid in complexe (ex-)partnerrelaties
Download: Samenvatting RSJ-advies: Kind-onveiligheid in complexe relaties
Download: Samenvatting in klare taal RSJ Advies Kind-onveiligheid in complexe relaties
Download in het Engels: Summary RSJ advisory report Child safety risks
Informatie-uitwisseling
De RSJ vindt het van belang dat informatie in gezag- en omgangszaken tijdig bij de betrokken professionals, onder wie ook de rechter, aanwezig is en uitsluitsel geeft over de veiligheidsrisico’s voor het kind. Door de in dit advies geschetste knelpunten (zie onder) blijkt het in veel situaties onmogelijk om met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast te kunnen stellen of er sprake is van dermate grote kind-onveiligheid dat omgang met één van beide ouders ontraden moet worden. De rechter heeft de ingewikkelde taak om een balans te zoeken tussen het waarborgen van de veiligheid van het kind en het recht op omgang met beide ouders. Dit is echter alleen mogelijk als de processtukken objectieve informatie bevatten over de eventuele aanwezigheid van geweld in het gezin.
Signaleren van kind-onveiligheid
In het kader van dit advies zijn gesprekken gevoerd met 36 deskundigen van achttien verschillende organisaties. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er bij de ketenpartners zeker aandacht bestaat voor de onveiligheid van kinderen in deze situaties en dat de aandacht hiervoor de afgelopen jaren is toegenomen, maar dat deze aandacht niet altijd voldoende is om kind-onveiligheid te signaleren of te voorkomen. Zo ontbreekt soms het bewustzijn dat (ex-)partnergeweld, zeker wanneer kinderen hiervan getuige zijn, ook een vorm van kindermishandeling is. Voor een overzicht van de mogelijke juridische routes naar onderzoek waarin de veiligheid van kinderen aan bod komt, is in dit advies een schematische weergave opgenomen die u onderaan deze pagina terugvindt.
Aandacht voor het onderwerp
Door de toegenomen aandacht voor onder andere intieme terreur, is er ook meer aandacht gekomen voor de ongelijke machtsverhoudingen tussen (ex-)partners, het mogelijk voortduren van geweld tijdens en na een scheiding en de positie van kinderen tijdens en na de scheiding. Zo is bij gezag- en omgangszaken die voor de rechter komen een verschuiving te zien weg van het beeld dat ouders altijd gelijke partijen zijn bij en een gelijk aandeel hebben in conflicten en samen vanuit hun verantwoordelijkheid als ouders tot een oplossing moeten komen. Het blijkt echter dat de rechter bij een zitting niet altijd over alle informatie beschikt die nodig is om tot een goede inschatting over eventuele kind-onveiligheid te komen.
Knelpunten
Ondanks de toegenomen aandacht voor de veiligheid van kinderen, zijn een aantal knelpunten gesignaleerd, waarvan we er hier drie noemen:
- Regie ontbreekt in het stoppen of voorkomen van onveiligheid van kinderen. Informatie verzameld door verschillende organisaties in de keten, wordt niet tijdig op cruciale punten bij elkaar gebracht, waardoor organisaties langs elkaar heen werken en tegenstrijdige beslissingen kunnen nemen.
- De verschillende organisaties maken gebruik van verschillende screeninginstrumenten, met verschillende doelen (o.a. het screenen op huiselijk geweld, stalking, kind-onveiligheid, etc.).
- Het ontbreekt aan tijdige en passende hulpverlening aan kinderen en ouders die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties.
In het advies (te openen via bovenstaande button) leest u alle knelpunten en aanbevelingen terug. Hieronder vindt u bovendien een routekaart van de mogelijke juridische routes in het onderzoek naar de veiligheid van kinderen.
Beeld: © RSJ
Route 1: Een ouderpaar in een complexe relatie doet een zelfmelding bij het wijkteam dat bekijkt of er een vermoeden is van onveiligheid. Als dat vermoeden er is, volgt of een verwijzing of adviesvraag aan Veilig Thuis. Het wijkteam kan ook vrijwillige specialistische hulp bieden, een jeugdbeschermingstafel organiseren of een verzoek tot onderzoek doen bij de Raad voor de Kinderbescherming. Vanuit de jeugdbeschermingstafel kan ook besloten worden over te gaan op het bieden van specialistische hulp door het wijkteam, of het verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad voor de Kinderbescherming kan uiteindelijk een jeugdbeschermingsmaatregel verzoeken bij de rechter.
Route 2: Een onderwijsinstelling, kinderopvang, arts, hulpverlener of burger doet een melding bij Veilig Thuis. Veilig Thuis kan een verwijzing doen naar vrijwillige hulp door het lokale wijkteam en monitort dat of start een eigen onderzoek. Als uit het eigen onderzoek blijkt dat er een vermoeden van onveiligheid bestaat kan een jeugdbeschermingstafel worden georganiseerd, of een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming worden ingediend. De Raad voor de kinderbescherming kan uiteindelijk een jeugdbeschermingsmaatregel verzoeken bij de rechter.
Route 3: De politie doet een melding bij Veilig Thuis of andersom. De politie kan een tijdelijk huisverbod opleggen aan de pleger. Bij het vermoeden van een strafbaar feit kan het Openbaar Ministerie een vervolging starten. Dan volgt mogelijk een veroordeling door de strafrechter, die een straf of maatregel kan opleggen met eventueel bijzondere voorwaarden, zoals een contact- en/of locatieverbod. In het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis kunnen ook bijzondere voorwaarden zoals een contact- en/of locatieverbod opgelegd worden.
Route 4: Ouders met een advocaat doen een verzoek tot scheiding met een gezag- en omgangsregeling bij de familierechter. De rechter kan besluiten tot een verwijzing naar het uniform hulpaanbod. Of de rechter kan voorwaarden voor een omgangsregeling opleggen, eenhoofdig gezag met contact toekennen, geen omgangsregeling of contact met één ouder toewijzen, of hij kan de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken een gezag- en omgangsonderzoek te doen. Bij een vermoeden van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind kan dit uitgebreid worden naar een beschermingsonderzoek door de Raad voor de kinderbescherming. Op basis daarvan kan uiteindelijk een jeugdbeschermingsmaatregel verzocht worden bij de rechter.