De toepassing van voorlopige hechtenis in Nederland wordt zowel nationaal als internationaal regelmatig bekritiseerd. Het zou te makkelijk worden toegepast en van alternatieven, zoals het schorsen van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden, zou te weinig gebruik worden gemaakt. Los van de vraag of de kritiek op de Nederlandse praktijk gegrond is, wordt het fundamentele belang van het beperken van de voorlopige hechtenis zowel nationaal als internationaal in wetgeving, rechtspraak en literatuur erkend. Daarom is voor dit onderwerp blijvende aandacht nodig.
Beeld: © RSJ
De RSJ pleit al jaren voor het stimuleren van alternatieve, minder ingrijpende maatregelen, vanwege de grote kans op detentieschade en het gebrek aan resocialisatiemogelijkheden. Het belang van de inzet van alternatieven is bovendien groter geworden nu de Dienst Justitiële Inrichtingen kampt met ernstige capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen.
In dit advies wil de RSJ bestaande en eventueel nog niet bestaande alternatieven voor voorlopige hechtenis in kaart brengen en bezien wat nodig is om de toepassing ervan te stimuleren. Daarnaast besteedt de RSJ met dit advies aandacht aan de manier waarop voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd in een huis van bewaring, met het oog op het resocialisatiebeginsel en het beginsel van minimale beperkingen.