Beeld: © RSJ

Middelengebruik in de forensische zorg

Het gebruik van middelen (drugs) en verslavingsproblematiek komen veelvuldig voor in de forensische zorg. De behandeling van verslaving gaat vaak gepaard met terugval. In een strafrechtelijk kader betekent terugval een overtreding van gestelde voorwaarden. Daar kunnen consequenties aan verbonden worden, zoals het intrekken van verkregen vrijheden (verlof) of (terug)plaatsing naar een hoger beveiligingsniveau. Dit, terwijl vanuit behandeloogpunt bekend is dat terugval onderdeel is van de weg naar herstel. Behandeldoelen en veiligheidsmaatregelen staan daarmee op gespannen voet met elkaar.

In dit advies bekijkt de RSJ hoe behandeldoelen die te maken hebben met middelen-gebruik en -verslaving samen kunnen gaan met resocialisatie, veiligheid binnen en buiten de forensische zorgklinieken en de rechtspositie van patiënten.

Het advies wordt naar verwachting in het voorjaar van 2026 gepubliceerd.

Beeld: © RSJ

Voorlopig gehechten

De toepassing van voorlopige hechtenis in Nederland wordt zowel nationaal als internationaal regelmatig bekritiseerd. Het zou te makkelijk worden toegepast en van alternatieven, zoals het schorsen van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden, zou te weinig gebruik worden gemaakt. Los van de vraag of de kritiek op de Nederlandse praktijk gegrond is, wordt het fundamentele belang van het beperken van de voorlopige hechtenis zowel nationaal als internationaal in wetgeving, rechtspraak en literatuur erkend. Daarom is voor dit onderwerp blijvende aandacht nodig.

De RSJ pleit al jaren voor het stimuleren van alternatieve, minder ingrijpende maatregelen, vanwege de grote kans op detentieschade en het gebrek aan resocialisatiemogelijkheden. Het belang van de inzet van alternatieven is bovendien groter geworden nu de Dienst Justitiële Inrichtingen kampt met ernstige capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen.

In dit advies wil de RSJ bestaande en eventueel nog niet bestaande alternatieven voor voorlopige hechtenis in kaart brengen en bezien wat nodig is om de toepassing ervan te stimuleren. Daarnaast besteedt de RSJ met dit advies aandacht aan de manier waarop voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd in een huis van bewaring, met het oog op het resocialisatiebeginsel en het beginsel van minimale beperkingen.

Dit advies wordt medio 2026 verwacht.

Beeld: © RSJ

Kinderen van ouders in de forensische zorg

In Nederland verblijven ongeveer 2.330 patiënten in de forensische zorg. Een onbekend aantal van hen heeft minderjarige kinderen. Hoewel het hebben van een ouder in de forensische zorg ingrijpende gevolgen kan hebben voor deze kinderen, is er door de overheid voor hen (bijna) niets geregeld om betekenisvol contact tussen het kind en zijn ouder in de forensische zorg te faciliteren. Ook in de media en wetenschap hebben deze kinderen tot nu toe geen aandacht gekregen. Dit, terwijl deze kinderen, net als alle andere kinderen in Nederland, op basis van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) recht hebben op contact met hun beide ouders (voor zover in hun belang), zorg en ondersteuning, en om gehoord te worden.
De RSJ gaat in een advies na hoe de zorg voor en ondersteuning van kinderen met een ouder in de forensische zorg kan worden verbeterd en hoe hun rechten en belangen in beleid en praktijk kunnen worden geborgd. De rechten en belangen van het kind zijn het uitgangspunt in dit advies. Aanvullend worden het perspectief van de ouder in de forensische zorg en de andere/verzorgende ouder betrokken, voor zover relevant voor de positie van het kind. Ook wordt gekeken naar de ervaringen in het gevangeniswezen en de GGZ.

Dit advies wordt begin 2027 verwacht.

Beeld: © rsj

Wetgevingsadviezen

De RSJ adviseert over wet- en regelgeving met betrekking tot jeugdigen en de uitvoering van straffen en maatregelen. De RSJ kan gevraagd worden te adviseren over voorgenomen nieuwe regelgeving of over voorgenomen wijzigingen van bestaande regelgeving. Wetgevingsadviezen kennen in de regel een looptijd van twee maanden.

Op dit moment zijn er geen lopende wetgevingsadviezen.