In Nederland verblijven ongeveer 2.330 patiënten in de forensische zorg. Een onbekend aantal van hen heeft minderjarige kinderen. Hoewel het hebben van een ouder in de forensische zorg ingrijpende gevolgen kan hebben voor deze kinderen, is er door de overheid voor hen (bijna) niets geregeld om betekenisvol contact tussen het kind en zijn ouder in de forensische zorg te faciliteren.

Beeld: © RSJ
Ook in de media en wetenschap hebben deze kinderen tot nu toe geen aandacht gekregen. Dit, terwijl deze kinderen, net als alle andere kinderen in Nederland, op basis van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) recht hebben op contact met hun beide ouders (voor zover in hun belang), zorg en ondersteuning, en om gehoord te worden.
De RSJ gaat in een advies na hoe de zorg voor en ondersteuning van kinderen met een ouder in de forensische zorg kan worden verbeterd en hoe hun rechten en belangen in beleid en praktijk kunnen worden geborgd. De rechten en belangen van het kind zijn het uitgangspunt in dit advies. Aanvullend worden het perspectief van de ouder in de forensische zorg en de andere/verzorgende ouder betrokken, voor zover relevant voor de positie van het kind. Ook wordt gekeken naar de ervaringen in het gevangeniswezen en de GGZ.