Op 17 april 2026 reageerde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor het eerst op het advies Problemen in de PIJ. Advies over de door- en uitstroom van jeugdigen met een PIJ-maatregel. De aanbevelingen van de RSJ over de landelijke toeleiding naar en financiering van zorg en begeleiding voor jeugdigen na een PIJ-maatregel, en over een passend en tijdig hulpaanbod voor jeugdigen met een PIJ-maatregel en jeugdigen die daarna uitstromen, zouden worden meegenomen in de herbezinning op de huidige opgave van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s). De vergroting van kennis en expertise over deze doelgroep zou blijvende aandacht krijgen, vooral in het nazorgoverleg met de betrokken ketenpartners.

In een nadere reactie van 2 oktober 2026 onderschrijft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat op de onderdelen in de aanbevelingen verbetering nodig is. De staatssecretaris stelt dat al stappen zijn gezet ten aanzien van de voorbereiding op de uitstroom en het vergroten van kennis en expertise bij professionals, ketenpartners en gemeenten. Zo wordt het nazorgoverleg onder regie van de Raad voor de Kinderbescherming in alle regio’s georganiseerd en is de Handreiking Nazorg geactualiseerd. Verder wordt het belang van meer samenwerking tussen gemeenten op bovenregionaal niveau en het delen van goede voorbeelden benadrukt via de landelijke nazorgwerkgroep.

Tegelijkertijd constateert de staatssecretaris dat knelpunten blijven bestaan bij het vinden van passende uitstroomplekken, met name voor beschermd en begeleid wonen. Er zijn te weinig forensische woonvoorzieningen, reguliere zorgaanbieders ervaren plaatsingen van deze doelgroep regelmatig als risicovol en de overgang van jeugdzorg naar volwassenenzorg kan een belemmering vormen. Verder is het ingewikkeld om deze hulp op gemeenteniveau goed te organiseren. Hoewel de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg gemeenten verplicht tot regionale samenwerking bij inkoop van forensische jeugdhulp, is er volgens de staatssecretaris meer nodig. Daarom verkent zij, samen met de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waar dingen anders en misschien landelijk georganiseerd moeten worden en hoe. Daarmee wordt nader onderzocht in hoeverre de aanbeveling van de RSJ over landelijke toeleiding en financiering vorm kan krijgen. De uitkomsten van de verkenning en het daaraan gekoppelde actieplan worden in het voorjaar van 2027 gedeeld.