Op 1 november 2025 is de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) gewijzigd. Hierdoor zijn (onder meer) de contactmogelijkheden voor gedetineerden die in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of in een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) verblijven ingeperkt. De beroepscommissie van de Afdeling rechtspraak van de RSJ heeft hierover de eerste uitspraken gedaan.
Extra rechtsbijstandverlener(s) (artikel 40a Pbw)
Een gedetineerde mag volgens de wet twee rechtsbijstandverleners aanwijzen die ‘toegang tot hem hebben’ (geprivilegieerd contact met hem mogen onderhouden). De gedetineerde wil echter met meer rechtsbijstandverleners geprivilegieerd contact. Hij heeft de Staatssecretaris verzocht om drie Turkse advocaten te mogen aanwijzen als extra rechtsbijstandverleners.
De Staatssecretaris heeft de verzoeken afgewezen. De drie Turkse advocaten staan niet ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten en mogen ook niet op een andere manier als advocaat in Nederland hun beroep uitoefenen. Daarom kunnen zij in Nederland niet als advocaat worden aangemerkt. Zij kunnen dus ook geen rechtsbijstandverlener zijn in de zin van de Pbw. De beroepscommissie oordeelt daarom dat de Staatssecretaris de verzoeken in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.
De Minister kan op grond van artikel 37, eerste lid, onder l, van de Pbw een persoon of instantie aanwijzen als geprivilegieerd contact. In dat geval hoeft die persoon geen rechtsbijstandverlener in de zin van de Pbw te zijn. Tegen die beslissing kan de gedetineerde geen beklag, bezwaar of beroep instellen bij de RSJ. De beroepscommissie laat zich daarover dus niet uit.
Lees de uitspraak: RSJ 26/55150/GE, 1 september 2026
Tijdelijke verruiming van contactmogelijkheden (artikel 40c Pbw)
De gedetineerde mag zijn minderjarige kinderen niet meer gelijktijdig met hun moeder tijdens het bezoekuur ontvangen. Daarom heeft hij de Staatssecretaris verzocht om een tijdelijke verruiming van die bezoekmogelijkheden.
Volgens de wet kan een verzoek om tijdelijke verruiming van de bezoekmogelijkheden alleen onder bepaalde bijzondere omstandigheden worden toegewezen. De beroepscommissie oordeelt dat de Staatssecretaris mocht concluderen dat het gelijktijdig opbouwen van een band tussen de minderjarigen, hun moeder en klager niet zo’n bijzondere omstandigheid is. De beroepscommissie heeft het beroep daarom ongegrond verklaard.
Lees de uitspraak: RSJ 26/54459/GE, 1 september 2026
Telefonisch contact (artikel 39 lid 5 Pbw)
Volgens de wet kan een telefoongesprek met een gedetineerde binnen Nederland alleen worden gevoerd vanuit bepaalde penitentiaire inrichtingen (ook wel locatiegebonden bellen genoemd). Voor een telefoongesprek met personen buiten Nederland heeft de gedetineerde toestemming van de Staatssecretaris nodig. Daarbij kan de Staatssecretaris voorwaarden stellen.
In de eerste zaak heeft een gedetineerde de Staatssecretaris verzocht om een uitzondering te maken op het locatiegebonden bellen binnen Nederland ten aanzien van zijn partner en zijn moeder. Tegen de afwijzende beslissing van de Staatssecretaris heeft de gedetineerde beroep ingesteld.
In de tweede zaak heeft een gedetineerde de Staatssecretaris verzocht om telefoongesprekken met familie buiten Nederland te mogen voeren. Tegen de afwijzende beslissing van de Staatssecretaris heeft de gedetineerde beroep ingesteld.
De beroepscommissie oordeelt dat de Pbw voor het instellen van rechtsmiddelen tegen beslissingen van de Staatssecretaris een gesloten systeem kent. Dat betekent dat alleen tegen de beslissingen waarvoor een beroepsmogelijkheid in de wet is geregeld beroep openstaat. Voor locatiegebonden bellen binnen Nederland heeft de wetgever niet voorzien in een wettelijke verzoekprocedure en de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de RSJ. Voor bellen buiten Nederland heeft de wetgever in de toelichting op de Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten penitentiaire inrichtingen bewust de bezwaarmogelijkheid en de beroepsmogelijkheid bij de beroepscommissie uitgesloten. In beide gevallen betekent dit dat de beroepscommissie onbevoegd is om de beroepen in behandeling te nemen.
Lees de uitspraken:
Niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris (fictieve weigering)
De Staatssecretaris heeft op verzoeken van twee gedetineerden, om respectievelijk een tijdelijke verruiming van de contactmogelijkheden en een extra rechtsbijstandverlener, niet binnen de wettelijke termijn beslist. De beroepscommissie heeft de beroepen daarom gegrond verklaard. De Staatssecretaris heeft inmiddels op beide verzoeken beslist. De beroepscommissie ziet slechts in bijzondere omstandigheden aanleiding voor het toekennen van een tegemoetkoming vanwege alleen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris. Deze bijzondere omstandigheden zijn in beide gevallen aanwezig, omdat het om fundamentele rechten gaat. De beroepscommissie heeft de gedetineerden een tegemoetkoming van respectievelijk €10,- en €20,- toegekend.
Lees de uitspraken: