Er moet aanvullend beleid komen over disciplinair straffen en afzonderen in detentie. Daarnaast adviseert de RSJ om het terugdringen van afzondering weer als een concreet beleidsdoel op te nemen.
Dat staat in het advies Disciplinair straffen en afzonderen in detentie. Het advies beschrijft wat er volgens de RSJ nodig is voor een evenwichtige en zorgvuldige uitvoering van het sanctie- en afzonderingsbeleid.
Aanleiding
De sanctiekaart en het beleidskader 'Afzondering in detentie' zijn in 2016 in gebruik genomen om het sanctie- en afzonderingsbeleid in de penitentiaire inrichtingen (PI’s) gelijk te trekken. Het feit dat beide stukken in een paar jaar tijd zijn ingetrokken vraagt naar mening van de RSJ om een herbezinning op dit sanctie- en afzonderingsbeleid.
Huidig sanctie- en afzonderingsbeleid onvoldoende concreet
In het advies Disciplinair straffen en afzonderen in detentie constateert de RSJ dat het opstellen van beleid met betrekking tot het disciplinaire straffen en afzonderen in detentie, in aanvulling op het bestaande beleid, noodzakelijk is. Hierbij moeten het resocialisatiebeginsel en het beginsel van minimale beperkingen als uitgangspunten gelden.
Voor het afzonderen van gedetineerden is op dit moment geen specifiek beleid, buiten de persoonsgerichte aanpak, voorhanden. De RSJ adviseert het terugdringen van afzonderen als een concreet beleidsdoel op te nemen. Samen met de PI-directeuren moet volgens de RSJ worden toegewerkt naar een situatie waarbij afzondering niet langer wordt ingezet als disciplinaire straf, maar alleen nog wordt toegepast in het kader van een ordemaatregel.
Ontwikkelen van indicatiepunten voor de uitvoering
In het kader van de rechtseenheid en rechtszekerheid vindt de RSJ het belangrijk dat PI-directeuren gezamenlijk indicatiepunten ontwikkelen voor de toepassing van disciplinaire straffen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de persoon van de gedetineerde en de aard van het ongewenste gedrag.
Randvoorwaarden
Voordat sprake kan zijn van een goede uitvoering van het sanctie- en afzonderingsbeleid, moet volgens de RSJ aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan op het gebied van de inrichting en opleiding van het personeel, beschikbaarheid van voldoende plekken met extra (psychiatrische) zorg en een betere registratie, monitoring, analyse en evaluatie van de toepassing van disciplinaire straffen en afzonderingen in detentie.
In het advies Disciplinair straffen en afzonderen in detentie doet de RSJ op basis van bovenstaande bevindingen 14 aanbevelingen.
Disciplinair straffen en afzonderen in detentie
Gebaseerd op minimale beperkigen en gericht op een veilige terugkeer in de samenleving
Aanvullend sanctie- en afzonderingsbeleid
De RSJ adviseert de minister voor Rechtsbescherming beleid op te stellen over disciplinair straffen en afzonderen in detentie, in aanvulling op het bestaande sanctie- en afzonderingsbeleid. Hierbij moeten het resocialisatiebeginsel en het beginsel van minimale beperkingen als uitgangspunten gelden (artikel 2 Pbw). Dit aanvullende beleid moet volgens de RSJ onder meer tot doel hebben afzondering als ordemaatregel terug te dringen en afzondering als disciplinaire straf af te schaffen.
Randvoorwaarden
- Heroriëntatie op de rol en taken van de piw-er
- Scholing van het PI-personeel
- Beschikbaarheid plekken in specialistische voorzieningen
- Betere registratie, monitoring, analyse en evaluatie van disciplinaire straffen en afzonderingen.
Ontwikkelen van indicatiepunten voor de uitvoering
De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van het sanctie- en afzonderingsbeleid ligt bij de PI-directeuren. Deze uitvoering dient gericht te zijn op het toepassen van maatwerk dat bijdraagt aan een positieve gedragsverandering van de gedetineerde en het zoveel mogelijk voorkomen van detentieschade. Het concreet terugdringen van afzondering maakt daar onderdeel van uit. De RSJ adviseert voor de toepassing van disciplinaire straffen dat PI-directeuren gezamenlijk indicatiepunten ontwikkelen waarbij rekening wordt gehouden met de persoon van de gedetineerde en de aard van het ongewenste gedrag.