Advies Toekomst interlandelijke adoptie

Het kabinet kiest ervoor interlandelijke adoptie alleen een mogelijkheid te laten zijn voor kinderen waarvoor geen passende opvang mogelijk is in landen van herkomst. Het uiteindelijke doel van het kabinet is hierbij dat landen van herkomst zelf passende opvang gaan bieden, omdat interlandelijke adoptie niet (meer) wordt gezien als het meest duurzame instrument om het belang van deze kinderen te beschermen. In dit kader is aan de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) gevraagd een advies uit te brengen over de landenselectie-criteria die de Centrale Autoriteit heeft opgesteld.

In dit advies geeft de RSJ overwegingen en aanbevelingen om te komen tot de juiste randvoorwaarden die nodig zijn bij de selectie van landen om een beslissing in het belang van het kind (bij interlandelijke adoptie) te nemen. De RSJ adviseert minister Weerwind om door de bril van deze overwegingen en aanbevelingen kritisch naar de voorgestelde criteria voor landenselectie te kijken.

Aanbevelingen

  1. Werk in de toekomst alleen nog samen met bij het Haags Adoptieverdrag  (HAV), Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en Facultatief Protocol inzake kinderkoop aangesloten lidstaten;
  2. Werk vanuit een reversed-flow-benadering: adopteer alleen kinderen op verzoek van de overheid van het land van herkomst;
  3. Werk alleen samen met landen na kritische toetsing of het HAV, IVRK en Facultatief Protocol inzake kinderkoop goed worden toegepast;
  4. Selecteer landen waarbij sprake is van een open, transparante en gelijkwaardige samenwerking waarin ruimte is voor een kritische reflectie ten aanzien van het belang van het kind.

Proces

Voor dit advies zijn tientallen (ervarings)deskundigen en (belangen)organisaties geraadpleegd. Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde deskundigen en bronnen kunt u de bijlage inzien.