Ophouden en inverzekeringstelling minderjarige verdachten op een alternatieve locatie

Ruim 20.000 minderjarige verdachten van een strafbaar feit werden in 2018 in Nederland opgehouden voor onderzoek. De meeste minderjarigen verblijven tot het verhoor op het politiebureau. In totaal werden in 2018 4.675 minderjarigen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar in verzekering gesteld. Minderjarige verdachten kunnen in deze fase van het strafproces tijdelijk in een (kale) politiecel geplaatst worden.

Het komt regelmatig voor dat een minderjarige tijdelijk in een (kale) politiecel moet overnachten, bijvoorbeeld omdat er in de avonduren geen advocaat beschikbaar is om de minderjarige bij te staan bij het verhoor. Het opsluiten van kinderen kan veel stress en onzekerheid veroorzaken en is daarom ongewenst.


Het uitgangspunt in het Kinderrechtenverdrag is dat minderjarigen alleen worden opgesloten als dat echt niet anders kan en voor de kortst mogelijke duur. Ook moeten alternatieven voor opsluiting worden ontwikkeld. Nederland is aangesloten bij dit verdrag.

Landelijk beleid

Volgens de wet mag een minderjarige verdachte de inverzekeringstelling (IVS) op een andere plaats dan in de politiecel uitzitten. Dat gebeurt in de praktijk ook al, maar er bestaat nog geen landelijk beleid en er zijn vragen over de juridische en organisatorische verantwoordelijkheid in het geval de inverzekeringstelling elders, bijvoorbeeld thuis bij de ouders, wordt uitgezeten.

Soms zal een minderjarige verdachte toch in een politiecel moeten overnachten in afwachting van de afronding van het strafrechtelijk onderzoek. Het is dan van belang dat de minderjarige in een kindvriendelijke omgeving verblijft. De minister voor Rechtsbescherming heeft de volgende adviesvragen aan de RSJ voorgelegd:

  • Juridische verantwoordelijkheid
    1 A) Wie is juridisch verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind tijdens een IVS en wat houdt deze verantwoordelijkheid in?
    1 B) Wie is juridisch verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind wanneer het kind de IVS elders dan in een cel ondergaat en wat houdt deze verantwoordelijkheid in?
    1 C) Hoe kan in de praktijk uitvoering worden gegeven aan deze juridische verantwoordelijkheid:
    - Bij het nemen van de beslissing?
    - Tijdens de IVS?
    - Als geconstateerd wordt dat zich negatieve consequenties voordoen/hebben voorgedaan, als gevolg van de tenuitvoerlegging van de IVS buiten een cel?
  • Kader voor belangenafweging
    2 A) Wat is een werkbaar kader dat de praktijk helpt bij de belangenafweging om een kind de IVS buiten de cel (elders) te laten ondergaan?
    2 B) Welke stappen moeten hiervoor gevolgd worden en welke beslissingen/afwegingen moeten hiervoor gemaakt worden?
  • Ophouden voor onderzoek (OHO)
    3 A) In hoeverre is het juridisch mogelijk kinderen tijdens de fase OHO elders te laten overnachten en wie is er dan juridisch verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind?
    3 B) Als er juridische belemmeringen zijn, welke aanpassingen kunnen deze belemmeringen wegnemen en liggen deze op het terrein van de wet of beleid?
  • Kindvriendelijk verblijf bij politie
    4 A) Hoe kan de politie een kindvriendelijke bejegening van kinderen in de politiecel bevorderen?
    4 B) Waaraan moet een kindvriendelijke cel voldoen in de fase tot en met IVS? (gebouwelijke of fysieke kenmerken)

De RSJ heeft twee ronde tafels georganiseerd en een aantal gesprekken gevoerd. Hierbij heeft de RSJ vertegenwoordigers uit de strafrechtsketen gevraagd naar (knelpunten in) de uitvoeringspraktijk en suggesties voor een kindvriendelijk beleid in de eerste fase van het jeugdstrafprocesrecht.