RSJ-advies: Bouw aan jeugdbescherming in land herkomst

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

RSJ-advies: Bouw aan jeugdbescherming in land herkomst

Stop met interlandelijke adoptie

Den Haag, 2 november 2016.

Hulp bieden in het land van herkomst is een beter middel om kinderen zonder gezin te beschermen dan interlandelijke adoptie. Dat stelt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) in een advies dat vandaag openbaar is geworden. De RSJ concludeert op basis van onderzoek en interviews dat in het stelsel van interlandelijke adoptie geld een belangrijke rol speelt en de vraag naar kinderen het aanbod creëert.

Achtergrond

Het aantal kinderen dat in Nederland wordt geadopteerd, is de laatste jaren sterk gedaald van 1185 in 2005 naar 304 in 2015. Ook is het profiel van de geadopteerde kinderen veranderd. De kinderen zijn gemiddeld ouder op het moment van adoptie en ze hebben steeds vaker een aanvullende zorgbehoefte (special need). In 2015 was 85% van de adoptiekinderen een special need-kind.

Mede tegen deze achtergrond heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de RSJ gevraagd advies uit te brengen over een toekomstbestendig stelsel voor interlandelijke adoptie op basis van vier scenario’s die eerder dit jaar zijn opgesteld door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF).

De RSJ vindt echter dat aan de keuze uit deze scenario’s een fundamentele vraag vooraf gaat. Die vraag luidt: ‘Hoe kunnen kinderen van de doelgroep voor interlandelijke adoptie, zij die niet bij hun eigen gezin kunnen opgroeien, het beste beschermd worden?’ In het advies ‘Bezinning op Interlandelijke Adoptie’ wordt eerst deze fundamentele vraag beantwoord en vervolgens adviseert de RSJ over de scenario’s.

Perspectief van jeugdbescherming

Het kader waarbinnen interlandelijke adoptie plaatsvindt is het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK), het Haags Adoptieverdrag en de nationale wetgeving. De RSJ bekijkt interlandelijke adoptie vanuit het perspectief van jeugdbescherming. Het IVRK is hierin leidend. In het IVRK is vastgelegd dat bij adoptie altijd het belang van het kind voorop moet staan. Dit belang van het kind bestaat uit verschillende componenten, zoals ‘adequate verzorging’ en ‘continuïteit van opvoeding en verzorging’. De discussie over adoptie betreft in essentie het wegen van deze componenten.

Op grond van het IVRK moet in het land van herkomst eerst alles in het werk zijn gesteld om ouders te ondersteunen in de zorg voor hun kind. Als dat niet mogelijk is, behoren de inspanningen zich te richten op het vinden van een alternatief gezin in het land van herkomst. Pas daarna mag interlandelijke adoptie in beeld komen. Dit is conform het subsidiariteitsbeginsel. Subsidiariteit impliceert dat armoede geen reden voor adoptie mag zijn.

De praktijk is anders. In landen van herkomst is lang niet altijd een jeugdbeschermingssysteem voorhanden dat kinderen een alternatief kan bieden in eigen land. Bovendien is armoede vaak wel een reden voor adoptie.

Opbouw advies

In het advies worden positieve aspecten en knelpunten van het huidige adoptiestelsel in kaart gebracht. Vervolgens wordt een aantal argumenten voor en tegen adoptie als middel van jeugdbescherming aangedragen. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen het microniveau van het individuele kind en het macroniveau, het systeem.

Er zijn op microniveau sterke argumenten voor interlandelijke adoptie.

· Opgroeien in een gezin is voor een kind beter dan op opgroeien in een kindertehuis. Interlandelijke adoptie biedt een kind de kans om in een gezin op te groeien.

Daar staan op macroniveau sterke argumenten tegenover.

· In verschillende wetenschappelijke onderzoeken is de aanzuigende werking van adoptie aangetoond. De vraag naar kinderen creëert een aanbod in kindertehuizen.

· Interlandelijke adoptie staat opvang van een kind bij een gezin in eigen land en cultuur in de weg. Het belemmert opbouw en uitbouw van systemen van jeugdbescherming in landen van herkomst.

De macro argumenten wegen voor de RSJ zwaarder dan de argumenten op microniveau.

Conclusie

De RSJ adviseert de Minister om de focus te verleggen van interlandelijke adoptie naar ondersteuning bij de op- en uitbouw van het jeugdbeschermingssysteem in het land van herkomst. Interlandelijke adoptie is niet het beste middel om kinderen zonder gezin te beschermen. Naast de vier scenario’s die door AEF zijn geschetst, stelt de RSJ hiermee een vijfde scenario voor. Dit scenario noemt de RSJ ‘Gezin in land van herkomst’.

Ongeacht welk van de scenario’s de Minister kiest, adviseert de RSJ om de samenwerking met landen waarin grote, specifieke knelpunten spelen, direct te beëindigen. Het gaat om China, de VS en EU-landen van herkomst. Bij China is het onmogelijk om toezicht te houden en bij de VS en EU-landen wordt het subsidiariteitsbeginsel geschonden. In de procedure met de VS is soms sprake van contact tussen de biologische moeder en de wensouders. Hierdoor kan het besluit om afstand te doen van het kind worden beïnvloed.

Interlandelijke adoptie is een complex onderwerp waarbij naast het belang van het kind ook andere belangen een rol spelen, zoals het belang van de wensouders. De verschillende belangen maken het onderwerp politiek ingewikkeld. De RSJ adviseert de Minister om de belangen van de kinderen in het buitenland die bescherming nodig hebben voorop te stellen en het fundamentele debat over interlandelijke adoptie, met in achtneming van gevoelens, zorgvuldig en op basis van argumenten aan te gaan.

Contactpersoon voor de pers:Mieke Pennock06 - 12952411
Voor inhoudelijke informatie:Yrrah van der Kruit06 – 52872146