RSJ adviseert eerst strafoverdracht te onderzoeken

RSJ adviseert eerst strafoverdracht te onderzoeken

Bij de overweging al dan niet strafonderbreking te verlenen aan illegale gedetineerde vreemdelingen zou altijd eerst onderzocht moeten worden of strafoverdracht mogelijk en opportuun is. Dit schrijft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming in een advies aan de Minister voor Rechtsbescherming met betrekking tot de conceptregeling strafonderbreking voor vreemdelingen.

Ook acht de Raad het wenselijk dat een centrale sturing op de strafrechtelijke en vreemdelingrechtelijke belangen plaatsvindt.

Voorrang strafoverdracht boven strafonderbreking

De Raad stemt in met de verduidelijking van de criteria voor het al dan niet verlenen van strafonderbreking maar is van mening dat strafoverdracht in alle gevallen onderzocht zou moeten worden voordat overwogen wordt om strafonderbreking te verlenen. Dit doet recht aan de belangen van de samenleving en slachtoffers/nabestaanden. Bovendien biedt strafoverdracht de vreemdeling de mogelijkheid te resocialiseren in het land van herkomst in het belang van een begeleide en veilige terugkeer in de samenleving aldaar.

Centrale sturing op tegengestelde belangen

Bij toepassing van de regeling strafonderbreking is sprake van een ‘samenloop’ van belangen die voortvloeien uit het strafrecht (‘uitzitten’) en vreemdelingenrecht (‘uitzetten’), hetgeen spanning oplevert. De Raad acht het van belang dat een centrale sturing plaatsvindt op deze verschillende belangen.

In 2017 is in 356 gevallen strafonderbreking verleend.