Levenslanggestrafte moet binnen één maand met onbegeleid verlof

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Levenslanggestrafte moet binnen één maand met onbegeleid verlof

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie moet een levenslanggestrafte gedetineerde op korte termijn onbegeleid verlof verlenen. Dat heeft de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) beslist.

In oktober 2016 besloot de staatssecretaris met het nemen van een beslissing over onbegeleid verlof tot 1 juni 2017 te wachten. Dat vond de beroepscommissie niet redelijk. Zij droeg de staatssecretaris op binnen vier weken een beslissing te nemen (RSJ 27 maart 2017, 16/3691/GV).
Op 21 april 2017 besloot de staatssecretaris in strijd met die uitspraak opnieuw met zijn beslissing te wachten, zelfs tot (ver) na 1 juni 2017. Voor betrokkene was en is dus niet duidelijk wanneer en onder welke voorwaarden hij voor onbegeleid verlof in aanmerking kan komen.

Betrokkene is ruim 29 jaar gedetineerd en heeft een gratieverzoek lopen. Hij heeft een groot belang bij onbegeleid verlof ten behoeve van de beoordeling van dat verzoek. De verloven die betrokkene al onder beveiliging heeft genoten, zijn goed verlopen. Bij deze stand van zaken vraagt het belang van betrokkene nu om onbegeleid verlof.
De beroepscommissie heeft de staatssecretaris opgedragen onbegeleide verloven in het detentieplan van betrokkene op te nemen. Betrokkene zal binnen één maand zijn eerste onbegeleide verlof moeten hebben gehad.