Wijziging Regeling spog en Regeling tvi inzake Beleidskader Levenslang

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Wijziging Regeling spog en Regeling tvi inzake Beleidskader Levenslang

Advies over aanpassing in de regelgeving inzake de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf

De Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de Afdeling) is gevraagd te adviseren over de conceptwijziging van de ‘Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden’ en de ‘Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting’ in verband met de wijzigingen in de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf.

Met de voorliggende wijzigingen wordt beoogd om de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in overeenstemming te brengen met de eisen die voortvloeien uit artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

In de nationale en internationale jurisprudentie is herhaaldelijk aangegeven dat ook in de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf sprake moet zijn van een perspectief op mogelijke beëindiging van de straf. Daarnaast dient de tenuitvoerlegging te zijn gericht op rehabilitatie. Dat impliceert dat tijdens detentie sprake moet zijn van een volwaardig aanbod van activiteiten gericht op terugkeer in de samenleving.

Deze uitgangspunten hebben geleid tot beleidsaanpassingen, die inhouden dat 25 jaar na aanvang van de levenslange gevangenisstraf getoetst wordt of de veroordeelde in aanmerking kan komen voor re-integratieactiviteiten ter voorbereiding op een eventuele terugkeer in de samenleving. Twee jaar later vindt dan een herbeoordeling plaats, waarin wordt onderzocht of de veroordeelde in aanmerking kan komen voor gratie. De aangepaste regelgeving betreft de uitvoering van deze aanpassingen.

De Afdeling constateert met instemming dat met deze regelgeving het perspectief op re-integratie en mogelijke invrijheidstelling vorm krijgt. In het advies worden enkele aanbevelingen gedaan tot aanpassing van de voorliggende regelgeving.
De aanbevelingen met betrekking tot de toets op mogelijke re-integratie en de herbeoordeling in het kader van de gratieprocedure hebben vooral betrekking op aanscherping van de toetscriteria en verheldering van het onderscheid tussen beide beoordelingsmomenten.
De aanbevelingen met betrekking tot het aanbod van re-integratieactiviteiten betreffen enkele aanscherpingen bij de regelgeving. Daarnaast wordt geadviseerd ook gedurende de eerste 25 jaar het re-integratieperspectief volwaardig op te nemen in het Detentie-en Re-integratieplan van levenslanggestraften.