Beginselen van goede bejegening

Deze hoofdrubriek bevat 8 rubrieken:

Beginselen van goede bejegening

De Raad werkt er, kort gezegd, aan mee dat de overheid zorgt voor een goede rechtspositie en bejegening van gestraften. 'Goede bejegening' vormt dus een kernbegrip in het werk van de Raad.

De Raad neemt het begrip bejegening ruim en vat er alle aspecten van tenuitvoerlegging onder, waarmee de gestrafte te maken heeft. Zorg, activiteiten, rechtsbescherming, resocialisatie en voorbereiding op terugkeer in de samenleving.
Zie de missie van de RSJ.
Als we het hebben over goede bejegening, rijst bijna vanzelf de vraag wat ‘goed’ dan is. De Raad ontwikkelt daar normen voor, op grond van (internationale) regels en aanbevelingen, literatuur, de eigen beroepsuitspraken en adviezen en andere bronnen. Deze normen zijn bij elkaar gebracht en toegelicht in de bundel Goed Bejegenen. Als geheel tonen de beginselen de waarden achter het werk van de Raad.
De beginselen kunnen steun en inspiratie geven aan

  • opstellers van beleid en wetgeving;
  • mensen die in de praktijk met gestraften werken;
  • de commissies van toezicht bij de justitiële inrichtingen, voor het beoordelen van de situatie die ze daar aantreffen.

De beginselen van goede bejegening zijn:

  • het grondbeginsel: bejegening moet goed zijn;
  • het beginsel van fatsoenlijke omgang: kwaliteit van de dagelijkse bejegening;
  • het beginsel van perspectief, resocialisatie en nazorg;
  • het beginsel van legitieme of wettelijke tenuitvoerlegging;
  • het beginsel van een zinvol programma;
  • het beginsel van veiligheid;
  • het beginsel van individualisering;
  • het beginsel van minimale beperkingen;
  • het beginsel van rechtsburgerschap.

Op youtube zijn een tweetal korte films over de beginselen geplaatst.

  1. De beginselen
  2. Uitdieping van een drietal beginselen

“De letter doodt, de geest doet leven”

Wetten en regels beschermen ieders rechten en dus ook die van justitiabelen. De beginselen van goed bejegenen veranderen niets aan de letter van de wet. Maar ze geven wel richting aan de manier waarop regels worden toegepast. Kijken naar het individu, handelen vanuit de geest en de bedoeling van de regel. Theodor Fontane ondervond als krijgsgevangene in de Frans-Duitse oorlog dat de Fransen deze kunst beter verstonden dan de Pruisen:

"Wir kamen auch auf das Gefängniswesen. "das Reglement ist gut, aber kein Reglement erschöpft alle Fälle und Möglichkeiten; es heisst eben auch da: der Buchstabe tötet, der Geist macht lebendig." Wie sehr empfand ich die Wahrheit alles dessen. Einer solchen ideellen Auffassung ihres schweren und wichtigen Berufs bin ich bei den franszösischen Gefängnisvorständ mehrfach begegnet. Sie erkannten ihre Pflicht darin, zu erheben, nicht niederzudrücken; keine Sentimentalität, aber Humanität. Alle diese Männer empfanden sich als Träger einer Aufgabe und nahmen eine Stellung zu dieser."

Theodor Fontane, Kriegsgefangen. Erlebtes 1870, in Aufbau Taschenbuch Verlag, Berlijn 1999, p. 96.