Onafhankelijkheid en combinatie van taken | Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Direct naar: hoofdnavigatie - subnavigatie - zoeken en sitemap
U bent hier:Start>Over de Raad›
De Raad is onafhankelijk. Dat wil zeggen dat hij de belangen van de partijen tussen welke hij opereert, onderkent maar daar niet aan gebonden is.Onafhankelijkheid in de adviesfunctie wil in de eerste plaats zeggen dat de Raad alle belangen en standpunten meeweegt en als adviseur volledig los staat van de belangen van enige organisatie in de strafrechtstoepassing.
Onafhankelijkheid in de rechtspraak is een vanzelfsprekendheid. Toch vindt de afgelopen jaren in algemene zin in toenemende mate discussie plaats over de rol en positie van de rechtspraak. Hoewel het vertrouwen in de rechterlijke macht nog steeds groot is, wordt daar door affaires en (negatieve) media-aandacht wel aan geknaagd. Leidraad voor de rechtspraak van de Raad is transparantie in de uitspraken, in de werkwijze en in de procedures, om zo de (voor de Raad zo vanzelfsprekende) onafhankelijkheid en onpartijdigheid te blijven garanderen. De Raad zal daarbij niet schuwen om pro- of reactief in de media een uitspraak toe te lichten.
Sinds het Procola-arrest van het Europese Hof in 1995(1) staat de combinatie van rechtspraak en advies in één orgaan ter discussie. Deze discussie kan op twee niveaus worden gevoerd.
Het eerste niveau betreft de fundamentele vraag of de combinatie rechtspraak en advies gewenst en aanvaardbaar is. De hoofdlijn in discussies en literatuur is dat er geen principiële bezwaren zijn tegen deze combinatie van taken. De wetgever heeft de takencombinatie recent, in de Instellingswet RSJ van 2006, vastgelegd(2). In het Verwey-Jonkerrapport(3) werd uitgebreid ingegaan op de combinatie van de taken rechtspraak, advies en (toen nog) toezicht bij de RSJ in relatie tot de schijn van partijdigheid. Ook het recente evaluatierapport van de DSP-groep belichtte de combinatie van rechtspraak en advies. Geen van beide rapporten maakte melding van principiële onverenigbaarheid van de twee taken.Ook in de Raad is de discussie op dit niveau de afgelopen jaren geregeld gevoerd, met als conclusie dat principiële bezwaren niet aan de orde zijn. Omdat beroepscommissies baat hebben bij het feit dat hun leden op de hoogte zijn van de politiek-maatschappelijke context van de strafrechtstoepassing en/of jeugdbescherming en omdat de casuïstiek in de rechtspraak een signaal kan vormen om als adviseur bepaalde thema’s op te pakken en beide op geen betere wijze kunnen worden bereikt dan middels combinatie van taken, is de Raad van mening dat deze combinatie waardevol is. Niettemin kan de combinatie van rechtspraak en advies in beroepszaken soms tot vragen leiden over mogelijke partijdigheid. De Raad is van mening dat die vragen, als ze gesteld worden, ook beantwoord moeten worden en dat het zijn taak is om met goede interne procedures niet alleen partijdigheid, maar ook de schijn van partijdigheid te voorkomen.
Hiermee zijn we beland op het tweede niveau waarop de discussie over de combinatie van taken kan worden gevoerd: welke maatregelen moeten worden genomen om te voldoen aan juridische en/of politiek-bestuurlijke eisen qua onafhankelijkheid en onpartijdigheid. In de Raad is het thema de afgelopen jaren regelmatig op dit niveau besproken, zowel in het bestuur, de rechtspraakkamer, de secties als in de Raad als geheel. In 2008 is het bestuursreglement van de RSJ gewijzigd. Daarin zijn drie artikelen over onafhankelijkheid en onpartijdigheid opgenomen:
Artikel 24
Ingeval bij de behandeling van een beroep uitdrukkelijk de verbindendheid van wet- en regelgeving in het geding is of een specifieke rechtsvraag aan de orde wordt gesteld, terzake waarvan eerder door de Raad advies is uitgebracht, wordt de beroepscommissie zodanig samengesteld dat daarin geen leden zitting hebben die bij de betreffende advisering betrokken zijn geweest.
Artikel 25
Het bestuur stelt een regeling vast, ertoe strekkend dat een lid van een beroepscommissie op verzoek van (één van) de in het geding betrokken partijen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de beroepscommissie zou kunnen schaden.
Artikel 26
De leden en plaatsvervangende leden onthouden zich van deelname aan activiteiten van de Raad die, gelet op andere functies die zij vervullen, kan leiden tot een verstrengeling van belangen of verantwoordelijkheden of tot een verlies van onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de Raad.
In de interne werkprocessen van het secretariaat van de RSJ is een procedure opgenomen, waarin wordt toegezien op een onafhankelijke samenstelling van de beroepscommissies conform artikel 24. De in artikel 25 genoemde wrakingsregeling is terug te vinden op de website van de RSJ.Het bestuur heeft voorts een lijst vastgesteld inzake de onverenigbaarheid van bepaalde functies met het lidmaatschap van de Raad.
Om optimale transparantie te geven in verband met onpartijdigheid moet duidelijk zijn wie van de raadsleden bij welke taken betrokken is. In de jaarverslagen van de Raad wordt de samenstelling van de adviescommissies vermeld.
Namen van raadsleden, die in beroepscommissies zitten, zijn altijd terug te vinden in de uitspraak. De Raad is er in 2011 toe overgegaan om de namen van raadsleden, die in beroepscommissies participeren, vooraf openbaar te maken. Dit gebeurt in elk geval op de website van de RSJ. In de stukken, die ter voorbereiding naar partijen gaan, wordt hiervan melding gemaakt en wordt gewezen op de mogelijkheid om contact op te nemen met het secretariaat om te informeren naar de samenstelling van de beroepscommissie.
Op de website wordt ook melding gemaakt van de functies en nevenfuncties van leden en plaatsvervangende leden. De Raad zal bekijken in hoeverre hij meer actief zichtbaar kan maken wat hij doet om onpartijdigheid en onafhankelijkheid te garanderen.
Noten:
EHRM 25 september 1995, Series A Volume 326, NJ 1996, 667
Van nog recenter datum is de Wet Herstructurering Raad van State (Staatsblad 175, 4 mei 2010). Bij de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel is ook uitgebreid gediscussieerd over de combinatie van adviserende en rechtsprekende taken.
Verwey-Jonkerrapport, april 2004, blz. 97 e.v.Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Visienota 2012-2015 18