Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Direct naar: hoofdnavigatie - subnavigatie - zoeken en sitemap
U bent hier:Start>Onderwerpen›
Levenslang gestraften uitgezonderd keren alle gedetineerden na hun straftijd in de samenleving terug. Het merendeel van de gevangenisstraffen is vrij kort (minder dan een half jaar) maar de (onbedoelde) negatieve effecten van de vrijheidsbeneming kunnen onevenredig groot zijn: verlies van werk, inkomen en woonruimte. Dergelijke gevolgen moeten waar mogelijk worden voorkomen.
Resocialisatie vormt een centrale opdracht in de strafrechtstoepassing. Dit beginsel is te vinden in het tweede artikel van ieder van de drie beginselenwetten. Hierin wordt resocialisatie verwoord als “het voorbereiden van de ingeslotene op terugkeer in de samenleving”. Bij het uitvoeren van de resocialisatieopdracht hebben zowel de tenuitvoerleggende instanties als ‘de samenleving’ een taak. Doelen zijn:
- het voorkomen en herstellen van ‘detentieschade’;
- het voorkomen van recidive, bijvoorbeeld door middel gedragsbeïnvloedende maatregelen;
- het behouden of herstellen van een band met de samenleving.
Resocialisatie is een taak van de hele overheid. Dit vraagt om kabinetsbeleid, maar ook om betrokkenheid van lagere overheden. In de bestuurlijke overeenkomst Samen aan de slag uit 2007 hebben het Rijk en de gemeenten de taken op het gebied resocialisatie verdeeld. Ook penitentiaire inrichtingen hebben hierin een belangrijke rol. Zij dragen gedetineerden over aan de gemeenten en versterken zo de link tussen detentie en samenleving.
In 2008 verscheen de WODC-studie Van binnen naar buiten (onderzoeksgroep Beke) en bracht de Inspectie voor de Sanctietoepassing het rapport Aansluiting nazorg in het gevangeniswezen uit. Beide rapporten toonden aan dat er nog wel een en ander aan de aansluiting ‘van binnen naar buiten’ was te verbeteren.
Op 11 juni 2009 organiseerde de Raad in Almere het symposium Samen voor Nazorg. Resultaten va de discussie zijn verwerkt in het rapport Doorpakken, maatschappelijke re-integratie en nazorg voor ex-gedetineerden. Hierin doet de Raad aanbevelingen aan de staatssecretaris van Justitie, penitentiaire inrichtingen en gemeenten. De belangrijkste zijn:
- voer re-integratie daadwerkelijk in door nazorg voor ex-gedetineerden van hoog tot laag in de organisatie in te bedden;
- richt de volledige aandacht in elk geval op langer verblijvende gedetineerden, wees realistisch in de beperkte mogelijkheden voor het begeleiden van zeer kortverblijvenden;
- plaats alle gedetineerden ten minste de laatste vier maanden van de detentie in een inrichting in de regio van (her)vestiging;
- versoepel de betalingsregelingen van het CJIB. Onderbreek (na)zorgtrajecten niet door een (plotselinge) nieuwe vrijheidsbeneming wegens nog openstaande boetes;
- individualiseer re-integratie en nazorg in persoonlijke re-integratieplannen;
- voorkom dat veroordeelden wegens detentie hun woonruimte verliezen;
- bied ruimte en steun aan vrijwilligers die zich voor gedetineerden inzetten.
