Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Direct naar: hoofdnavigatie - subnavigatie - zoeken en sitemap
U bent hier:Start>Onderwerpen›
Ruim 2000 mensen verblijven in een huis van bewaring in afwachting van uitzetting uit Nederland. Dit zijn vreemdelingen niet in Nederland mogen blijven en van wie wordt aangenomen dat zij zich aan uitzetting zullen onttrekken. Internationale richtlijnen schrijven voor dat vreemdelingen in een dergelijke situatie niet in een gevangenis maar in speciaal daarvoor ingerichte voorzieningen worden ondergebracht. De keuze van de Nederlandse overheid voor het ten uitvoer leggen van vreemdelingenbewaring in een sober detentieregime – in een aantal opzichten soberder dan het regime in strafinrichtingen – wijkt daarvan af. Het Europese anti-foltercomité (CPT) heeft in zijn rapporten aan de Nederlandse regering meerdere keren de staf gebroken over het onderbrengen van vreemdelingen in het gevangeniswezen. De Raad is van mening dat deze vreemdelingen, die geen misdrijf hebben gepleegd, niet in een penitentiaire omgeving thuishoren.
In verschillende adviezen pleit de Raad voor verbeteringen van de detentieomstandigheden. Aandachtspunten zijn een goede invulling van het dagprogramma, adequate zorg en begeleiding (door goed opgeleid personeel) en hulp bij terugkeer naar het land van herkomst. Ook de toegankelijkheid van rechtsbijstand vanuit vreemdelingenbewaring acht de Raad belangrijk. Deze punten bracht de Raad onder de aandacht in een advies van juni 2008. Vrijwel gelijktijdig verscheen van Amnesty International een rapport over vreemdelingenbewaring met vergelijkbare strekking.
In oktober 2008 adviseerde de Raad over de detentieomstandigheden van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen die na hun detentie het land moeten verlaten.
