Print Logo Vreemdelingenbewaring | Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

Direct naar: hoofdnavigatie - subnavigatie - zoeken en sitemap

U bent hier:Start>Onderwerpen

Vreemdelingenbewaring

Vreemdelingenbewaring

Vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven en van wie wordt aangenomen dat zij zich aan uitzetting zullen onttrekken, kunnen volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 in een huis van bewaring worden opgesloten. Deze bestuursrechtelijke detentie wordt aangeduid als vreemdelingenbewaring. Per 31 december 2011 is de Europese terugkeerrichtlijn van kracht geworden. Hierin staat onder andere dat vreemdelingendetentie maximaal een half jaar kan duren, maar in bepaalde gevallen met nog eens een jaar verlengd kan worden. Volgens de Leidraad terugkeer & Vertrek werken de Dienst Terugkeer en Vertrek, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de vreemdelingenpolitie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst samen aan het vertrek van de vreemdeling.

Internationale richtlijnen schrijven voor dat vreemdelingenbewaring niet in een gevangenis maar in speciaal daarvoor ingerichte voorzieningen plaatsvindt. De keuze van de Nederlandse overheid voor het ten uitvoer leggen van vreemdelingenbewaring in een sober detentieregime – in een aantal opzichten soberder dan het regime in strafinrichtingen – wijkt daarvan af. Het Europese anti-foltercomité (CPT) heeft in zijn rapporten aan de Nederlandse regering meermalen het onderbrengen van vreemdelingen in het gevangeniswezen gehekeld. Laatstelijk deed het CPT dit na zijn bezoek aan Nederland in 2008 (het rapport n.a.v. het bezoek in 2011 is nog niet gepubliceerd). De Raad is met het CPT van oordeel dat deze vreemdelingen, die geen misdrijf hebben gepleegd, niet in een penitentiaire omgeving thuishoren en pleit voor het ruimer toepassen van alternatieven voor vreemdelingenbewaring. Ook Amnesty International liet zich meermalen in deze zin uit.

In december 2011 kondigde minister Leers van Immigratie, Integratie en Asiel verschillende proeven aan met alternatieven voor vreemdelingenbewaring, die in 2012 van start gaan (Tweede Kamer, kamerstuk 19637, 1483). Dit naar aanleiding van de motie-Gesthuizen uit 2010. De alternatieven betreffen het plaatsen in een ‘vrijheidsbeperkende locatie’, meldplicht bij de vreemdelingenpolitie, het betalen van een borgsom en financiële steun aan terugkeerprojecten van non-gouvernementele organisaties. De doelgroepen en omvang van de pilots (enkele tientallen volwassen en maximaal enkele honderden ex-alleenstaande minderjarige vreemdelingen) zijn voorlopig beperkt ten opzichte van het aantal personen dat per jaar in vreemdelingenbewaring wordt genomen (plusminus 6500). De gesloten capaciteit voor vreemdelingenbewaring in detentie- en uitzetcentra bedraagt ruim 2700 plaatsen, waarvan er ruim 1700 direct inzetbaar zijn.

.


Meer informatie

Strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen

Tevens zijn er vreemdelingen die wegens het plegen van een delict zijn veroordeeld tot een vrijheidsstraf.

Een deel van hen moet na de detentie het land verlaten. Met betrekking tot deze groep heeft de Raad in een advies van 2008 benadrukt dat het regime dient te voorzien in een zinvolle dagvulling, met name gericht op de voorbereiding van de terugkeer. Omdat dit nog steeds onvoldoende gerealiseerd wordt, is hierover in juli 2010 opnieuw geadviseerd.
Met betrekking tot veelplegers heeft de Raad in augustus 2010 negatief geadviseerd over het voorstel van de minister om vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland te plaatsen in een inrichting voor stelselmatige daders. De Raad acht de isd-maatregel, die is gericht op reïntegratie in de Nederlandse samenleving, ongeschikt voor vreemdelingen die het land moeten verlaten.  

Meer informatie

Gevangeniswezen

Submenu

Hoofdnavigatie


Uitgebreid zoekenSitemap